Posts tonen met het label Natuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Natuur. Alle posts tonen

woensdag 13 januari 2016

Na een jaar, terug ...






LENTE
grafiet op papier
32/24 cm







Het virulente voorjaar
stond trappelend voor ons klaar
maar vader, de vorst, met ijzige schaar
kortwiekte d'r mooie blonde haar 


- DagEnDauw *




Hier kan u de tekening in kleur bekijken







woensdag 4 juni 2014

Lentemijmering




... Vandaag wil ik iets liefs verzinnen
over bloemen die bloeien op een lentedag,
over de kracht van eeuwenoude bomen
de warmte van die eerste zonnelach





Laten we blootvoets door de velden rennen
rivieren volgen tot aan de zee.
We maken van alle zorgen papieren bootjes
en geven ze aan de golven mee...
























Kanttekening :

Dit fragmentje is wat ik me nog herinner van het gedichtje dat ik op m'n zeventiende schreef voor de verjaardag van m'n toenmalige beste schoolvriendinnetje H.  Zou zij het bewaard hebben of het zich nog herinneren, vraag ik me af? 







donderdag 8 mei 2014

Gras maaien





Schepseltje klein

Zal je er morgen ook nog zijn?





Gisteren, vlijtig bezig met het maaien van het gras, viel mijn oog plotseling op dit kleine wezentje.
Onooglijk zat het daar, ingedut  onder de kerselaar in het gras, duidelijk nog niet klaar om zich hoger dan twee centimeter boven de grond te begeven.
Gelukkig had ik het tijdig opgemerkt of ... neen ik mag er gewoon niet aan denken.
Hoe dan ook, mijn gras riep erom gekortwiekt te worden, hoewel dit stumperdje vast niet.
Een beetje versuft nog, liet het zich zonder weerstand te bieden omvatten door mijn handen, maar boven mijn hoofd hoorde ik in de kerselaarskruin wel behoorlijk wat protest.

Ik was dus beslist niet de enige die zich zorgen maakte over dit jonge leven en dat stemde me al veel geruster.
Achterin de tuin groeit een dikke bos grootbladige klimop die zijn ranken beschermend over de aarde heeft gelegd. Daar leek het me veilig genoeg om het vogeltje tijdelijk te verbergen voor rovers en grasmachines. Ik liet het er weer vrij, hopend dat zijn ouders het wel zouden terugvinden.
Zodra ik mijn handen opende wipte het de grond op en kroop onder het bladerdek, vervolgens toog ik opnieuw aan de slag.

Na de maaibeurt, bleek het merelkuiken verdwenen. Toch liet dit voorval me niet los. Temeer omdat er geen zekerheden zijn, al helemaal niet over de levensduur van jonge merels en het nog zo'n lange weg leek te moeten gaan alvorens zijn vleugels uit te kunnen slaan.  Maar ook omdat ik jammer genoeg de kans had verkeken om deze pasgeborene op de gevoelige plaat vast te leggen toen ik de gelegenheid had. Voorlopig dus geen getuigenis van zijn bestaan. 

Zodra de natuur na de winter weer herleeft, maak ik elke morgen een ommetje door m'n tuin om te zien hoe alles groeit en bloeit en er zijn gangetje gaat, zo ook deze ochtend. En raad eens wie me als eerste kwam begroeten toen ik naar buiten stapte? Inderdaad. 
Merlotje had tot mijn grote vreugde deze nacht alvast overleefd en wou daar maar wat graag van getuigen zo bleek. Daar heb ik vanochtend natuurlijk gretig gebruik van gemaakt. Dat spreekt voor zich, een ezel..., weet je wel?

Hier is alvast nòg een plaatje want het bovenstaande is vanzelfsprekend eveneens pas vanmorgen vastgelegd. En nu maar duimen dat dit jong ook volwassen mag worden, ik zou voor zijn avondliedjes maar al te graag wat kersen met hem delen deze zomer.


Nuttige wenken :


Elk jaar worden er duizenden jonge vogels (al dan niet vermeend) in nood, mee naar huis genomen om ze daar te verzorgen, maar dit vraagt toch iets meer kennis dan de meeste mensen vermoeden. Daarom enkele tips om een aantal logische maar ernstige fouten te voorkomen. 

Brood en melk is voor alle jonge dieren slecht tot zelfs dodelijk! 

Een belangrijke fout die vaak gemaakt wordt is het meenemen van jonge merels en lijsters die op de grond zitten omdat ze niet vliegen. Alvorens een jonge merel echt kan vliegen is hij doorgaans al lang het nest uit gehupt. Hulpeloos en als kant en klaar brokje voor katten zit zo'n beestje onder een heg of struik om zijn moeder te schreeuwen. Het klinkt vast raar, maar dat hoort zo. Het advies is dan ook, gewoon laten zitten als hij er uitziet zoals op de foto hierboven. Zelfs als hij nog wat kleiner is, is het normaal dat hij het nest verlaten heeft. 

Een mereljong dat rondhuppelt en al wat veren heeft kan je ook niet meer terugzetten in zijn nest want hij wipt er meteen weer uit. Mocht het nog geheel donzig zijn of door een kat bejaagd dan is eerste hulp wèl gewenst en moet er gevoerd worden. Erg verzwakte jongen kan je weer wat oplappen door ze een beetje opgeloste druivensuiker met water in de bek te druppelen. Sperren ze eenmaal, dan is kattenvoer uit blik tijdelijk een geschikt alternatief. Daarvan kan je om het uur kleine stukjes in het open bekje doen tot het stopt met bedelen. In principe kan je ze op die manier groot brengen. Extra meelwormen (kop eraf), een klein beetje eivoer of wat universeel voer erbij is prima. Gemalen vlees is op zich goed voedsel als je niks anders in huis hebt. Regenwormen kunnen ook, maar volstaan niet.  

Zodra de jonge merel zelf eet en zijn staartveren volgroeid zijn, kan hij vrijgelaten worden. Als overgang naar de vrijheid is het aangewezen de vogel weer schuw te maken voor je hem loslaat. Vogelopvangcentra, hebben daarvoor voldoende ruimte en de nodige volières voorhanden. Het blijft dus raadzamer een jong in nood naar een gespecialiseerd vogelopvangcentrum te brengen indien er zich toevallig één in je buurt bevindt. 










dinsdag 15 april 2014

Het gewicht van bergen


Iets opbouwen vraagt om een inspanning, energie, dat valt moeilijk te ontkennen. In de natuur gaat dit gepaard met geweld. Er staat geen moraal tussen opbouwen en afbreken. Het gebeurt gewoon. Bij de mens echter, gaat dit voortdurend samen met keuzes maken.

Afbreken gaat makkelijker, sneller, schijnbaar moeiteloos en doorgaans zonder al teveel nadenken. Vandaar dat het ook zo leuk is om dingen af te breken. We doen het allemaal, van kindsbeen af en kunnen er intens van genieten. Het is de natuur die ons beweegt. Alvorens iets kan worden opgebouwd dient doorgaans iets anders afgebroken te worden. Het moment vóór de afbraak stemt ons verwachtingsvol, maar ook angstig. Welk van de twee de overhand krijgt, zal maken dat de afbraak plaats vindt en of er vervolgens ook weer zal opgebouwd worden. Er zijn immers geen leegtes in het universum die wachten op invulling. Dat is slechts een illusie die de mens graag voor zichzelf creëert.
Neem bijvoorbeeld het witte doek van een schilder, ook dàt is geen leegte. Het is maagdelijk wit, jawel, maar niet leeg. Alles wat erop komt, breekt dat egale witte vlak. Schilderen is in essentie een ontmaagding. Iets wordt vernietigd en er komt wat anders voor in de plaats. Je weet nooit wat daarvan de gevolgen zullen zijn. 

Verwachting en angst dus. Het ene stuwt verder, het andere remt af, zet aan tot nadenken wat het doen en de vreugde ervan wel eens in de weg staat, want met het denken en vanuit de twijfel ontstaat ook de moraal. Hoe verfijnder datgene wat wordt opgebouwd, des te behoedzamer de bouwer wordt.
Onnadenkendheid gaat immers ten koste van de levensvatbaarheid en duurzaamheid van zijn project en bewust of onbewust is opbouwen een streven naar onsterfelijkheid, een vechten met de tijd op leven en dood. Een tevergeefse en ongelijke strijd nochtans, gezien de mens onmogelijk kan winnen.

En dat is wellicht het grote verschil tussen natuur en cultuur; de natuur als geheel is willoos en intrinsiek aan zijn eigen wetten onderworpen. (Eigenlijk had ik de neiging te schrijven: "de natuur onderwerpt zich aan zijn eigen wetten" maar de natuur heeft niet de ambitie zoals de mens om boven zichzelf uit te stijgen ze is allesomvattend en in die hoedanigheid niet bij machte naar wat dan ook te streven.) En hoe graag we ook het tegendeel geloven, de mens ontsnapt nièt aan die natuurwetten, we staan er nièt boven; zijn en zullen altijd slechts een deeltje van die natuur blijven. En daar bepaalt de tijd de duurzaamheid. Het leven is voortdurende beweging en verandering. Opbouw en afbraak. En zo lang er beweging is wint de tijd ... maar is er ook leven.

Want scheppen beperkt zich niet tot het ontlokken van leven aan de dood dat op zijn beurt streeft naar vervolmaking, maar zet zich contradictorisch genoeg ook voort in de vernietiging van volmaaktheid aangezien deze een stilstand impliceert ... Kort samengevat heet dat "de cirkel van het leven", die de mensheid volgens mij nooit bij machte zal zijn te doorbreken zonder daarbij ook zichzelf te vernietigen ...


(Enkele bedenkingen bij dit poëtische natuurfilmpje van Studiocanoe dat ik gisteren op Vimeo ontdekte)











vrijdag 28 maart 2014

Brief aan mijn buren

Tusseninland, 27 maart 2014




Beste buur,



Ik ben Dauw van hier wat verderop en zit al enige tijd met een vraag die ik je graag zou willen stellen, maar waar ik tot nu toe het lef nog niet voor verzameld had. Dit is ze : Krijg jij ook spontaan oprispingen wanneer je hier in de straat zwerfvuil ziet liggen of wanneer het “toevallig” in uw voortuintje belandt? Ja? Wel, ik ken dat.
Telkens ik naar mijn ouders fiets passeer ik plekjes waar het zich lijkt te verzamelen. Dan kom ik daar geërgerd toe, begin een zaag te spannen en verveel er bijgevolg mijn Pa en Ma ook nog eens mee. 

Tot eergisteren, want toen besloot ik resoluut om dat niet meer te doen, die mensen verdienen beter. En ook wij, de bewoners van deze laan, verdienen beter. Niemand leeft graag op een vuilnisbelt, volgens mij. (Oké, zo ver is het nog lang niet, maar we gaan het toch ook niet zo ver laten komen, mag ik hopen). 

Ik broeide dus het volgende idee uit. Toegegeven, toen ik het mijn ouders eergisteren voorlegde, vond moeder het ietwat kierewiet maar, ’t zijn  degenen die zich niets  aantrekken van wat anderen over hen denken, die de wereld een beetje veranderen, heb ik haar geantwoord. Mijn lief en m’n zoon daarentegen vonden het een strak plan. En omdat het ook waar is dat je de wereld maar kan veranderen wanneer je zelf begint, trok ik gisterenavond, de dag voor de ophaalronde,  mijn stoute schoenen aan en toog op pad (een beetje verdoken in de avondschemering, dat wel, want zo graag word ik toch ook weer niet als “kierewiet” bestempeld) en verzamelde het zwerfvuil dat aan de straatkanten lag, in een grote plastic zak die ik had meegenomen en naderhand thuis in de vuilniszak deponeerde. Vandaag, voor de middag, was het hele zootje al in de buik van de vuilniskar verdwenen.


Heb je al opgemerkt hoe proper ze er vandaag bijligt, onze laan? Dat heb ik gedaan, ik ben er wel een klein beetje fier op. En ja, ik had daar een vuilniszak voor over als op die manier mijn omgeving aangenamer wordt om naar te kijken, want ikzelf word daar namelijk ook opgeruimd en vrolijk van.
Ik zie het zo : de straat waarin we wonen, dat zijn wij zelf; onze gemeente da’s ieder van ons. Neem de bewoners weg en het bestuur heeft niets meer om te besturen ...  ’t Is toch waar? Kunnen we er dan niet beter iets gezellig van maken i.p.v. ons te ergeren en te zagen en alsmaar te wachten tot de gemeentediensten de rommel komen opruimen?  Eerlijk gezegd, één straat opruimen, zoveel werk was dat eigenlijk niet, en het zou al helemaal niets meer betekenen als ieder van ons een handje toestak. Zelfs de hoeveelheid vuil viel mee en de smoezelige handen die ik aan mijn avondwandeling overhield waren met wassen zó weer proper. Ik moest enkel mijn trots eventjes opzij zetten, da’s alles.

Die ergernissen daarentegen plaagden me al vééééél te lang, zijn veel kwalijker voor mijn gezondheid en niet zomaar weg te krijgen met wat water en zeep. Dus onder het motto : “Geef zwerfvuil onderdak in de vuilniszak” heb ik die er dan ook maar meteen bij gesmeten ...  Opgeruimd staat netjes. En zo zou ik het ook graag willen houden.

En dan nu  "mijn advies" : Laat niemand je tegenhouden, wanneer je de behoefte voelt om in de toekomst te doen zoals ik en je buurt op te ruimen wanneer er weer eens een zak zijn vuil verloren is in de goot, je voortuin of het voetpad voor je huis.
Want zeg nu zelf, vind jij het niet fijn, wanneer de straat waarin we wonen altijd netjes zou zijn?




Een hartelijke groet van een opgeruimde Dauw








dinsdag 11 februari 2014

In dialoog met de toevalligheden van het leven



Al zolang ik me kan herinneren, sprong ik bij momenten van weemoed met pak en zak op de fiets om dat gevoel kwijt te raken aan het water van de rivier. Ik reed stroomopwaarts langs de Scheldedijk maar tegen de tijd dat de Durmemonding in zicht kwam, zat ik al neuriënd in het zadel. De stroom had mijn beslommeringen verzwolgen. Het werkte iedere keer.



Vandaag werd ik uitzonderlijk weer naar de waterkant gedreven. Waarom? Dat is een tè lang verhaal. Mijn gemoed voelde zo zwaar als het dreigende wolkendek boven mijn hoofd. De kraaien krasten in de bomen langs de weg en schreeuwende meeuwen hingen laag, vechtend tegen de wind, ik tegen mijn tranen. Soms is het water tussen twee mensen té diep en het verdriet met de jaren zo gegroeid dat het niet meer weg te fietsen valt. We willen zoveel herinneren, maar soms wou ik dat we ook eens vergeten konden. Dat we opnieuw begonnen vanaf een wit blad, met een schone lei. Ik vond een vuilnisbak aan het veer en heb er alle nare gedachten in achter gelaten, me afvragend; wanneer jij? 

Het antwoord was een genadeloze regenbui ...




De kladversie van dit verhaal ♦ ligt hier, onder een verwelkte hyacint    ►











woensdag 23 oktober 2013

Dichter bij de zoete kerselaar









Narcissus poeticus odoratus* 




Vanochtend bij het eerste zonnelicht

heb ik ze aan jouw voet geborgen

en omzichtig toegedekt

met een woord van hoop voor de dag van morgen,

onder de zomen van je afgeworpen gewaad.



Met verwachtingsvolle vingers

woelend in de donkere grond -

ik kon haast voelen hoe jouw slaapogen naar me staarden-

tastte ik onderwijl naar de veilige spond

waar ze in alle rust nu aarden.



Vanochtend bij het eerste zonnelicht

kwam ik jouw rust verstoren

maar erg vond je dat denk ik niet

want zacht meende ik gegiechel te horen

toen ik tussen je tenen die voorjaarsbolletjes heb geplant;





nu-dromen-de-ijdeltuitjes-van-een-lente-die-gaat-komen





door DagEnDauw










* De dichtersnarcis



P.s. :Op een "dood moment", kan u steeds ingaan op mijn nieuwe uitdaging. ◄(klik om meer te lezen)















vrijdag 2 augustus 2013

Titanenstrijd







Verwonde stervende elf,
al deels gekist in je pantserdracht
ingeblikt na jouw laatste vlucht
trok je stuiptrekkend door de nacht.

Mijn zachtheid bikkelhard
vond je tè mooi om dood te doen.
Ik liet jou achter in het gevecht,
want lafaards kennen geen fatsoen...

Uur na uur... na uur... na uur...
leverde jij een schijnbaar eindeloze strijd
 en flakkerde het vuur nog
van een Titaan tegen de Tijd...


DagEnDauw







Om deze "bijzondere promenade" te voleindigen, klik op bovenstaande foto ...




maandag 27 mei 2013

Niet van de poes ...

Foto DagEnDauw


Hèhè, dat hebben we ook weer gehad...Tijd voor een laat ontbijt.



Toen ik deze ochtend de deur naar de woonkamer opende, werd mijn reukorgaan plots geteisterd door die typische onaangename nevenverschijnselen van de lente.
Vannacht had er ontegensprekelijk een bezoeker langs huize DagEnDauw geparadeerd en er zijn sporen achtergelaten. Allicht kicken kattinnen op die geur en worden ze er gewilliger door, maar op mij maakten deze feromonen totaal niet de gewenste indruk, ze kwamen duidelijk niet van mijn ware Jacob, en mijn honger was dan ook vrijwel meteen over.
Niet de reukzin van de poes, maar die van een andere viervoeter, stak in mij de kop op, en als een geoefende retriever trok ik op jacht doorheen het huis. Ik zou dit katje wel eens wassen.

Had zoonlief wellicht de deur van de wasplaats vergeten sluiten gisterennacht, vroeg ik me af? Neen, dat was niet het geval.
Die deur was dicht en toen ik naar binnen ging, kwam me meteen de lieflijke geur van Marseillezeep tegemoet. Hier was duidelijk niets aan de hand.
In de keuken bleek, na grondig gesnuffel van mijn kant, de schade ook nog behoorlijk mee te vallen. Maar zodra ik de woonkamer weer binnen trad was de stank haast niet te harden.
Goed, hier moest dus ergens de lamp van die nachtelijke Cassanova branden.
Op handen en knieën, de neus ter hoogte van een denkbeeldige kater, inspecteerde ik iedere vierkante centimeter tot ik  langs de drempel van de schuifdeur kwam en mijn oog plots viel op een soort olieachtige substantie tegen het schuifdeurraam.
Yes! Pluim voor Dauw’s zintuigen. Ze hadden hun dienst alweer bewezen.
Hier had die potente Garfield  zijn  vlag dus geplant, maar niet voor lang meer.
Dacht dat kattenbeest nu werkelijk me te slim af te kunnen zijn? Dan had hij het wel grondig mis, poes.
Er was slechts één klein probleempje om hem met gelijke munt te kunnen terugbetalen…
Vrouw zijnde, miste ik er de instrumenten voor, maar geen nood, ook daar had ik algauw de oplossing voor bedacht; ik zou de hulp van míjn meneer inroepen.

Gewapend met een dikke dot keukenpapier nam ik hem bij de hand en liet hem sproeien over de geur waar die nachtelijke bezoeker zijn vlaggenspoor had getrokken. Mij altijd met hart en ziel ter wille zijnde, volbracht hij zijn opdracht van harte, royaal en overvloedig…
Ik lachte in mijn vuistje, daar zouden die fluwelen Don Juan en zijn volgzame Courtisanes met hem, wel hun bekomst van hebben, wanneer ze vannacht opnieuw hun bacchanalen vierden en voorbij mijn deurtje kwamen.

Ik drukte van blijdschap, die lieve schat een kus in zijn hals  en stak opnieuw mijn neus in de lucht, dit keer om  te genieten van een frisse geur van pompelmoes en groene thee die stilaan mijn huis vulde.
Ziezo we kunnen, zij het iets later dan gepland, toch nog gaan genieten van een smakelijk ontbijt. Dankjewel Mr. Proper, voor bewezen diensten, je gaf me mijn appetijt terug. 
Laat nu maar de sterke hete koffie aanrukken.







woensdag 8 mei 2013

Driegoten Blues - the short cut









Er wortelt een blauwe boom in mij
hij verstrengelt ons bestaan
Zijn kruin kreunt zacht een requiem
voor hen die al zijn neergegaan





De terechtstelling van een diepblauw bos in mei
grijpt me met droefheid aan
Elke gevelde wordt tot echo van mijn harteklop 
elk vallend blad verwerkt in een traan.






Woord en beeld door DagEnDauw























dinsdag 16 april 2013

Momenteel een dagelijks tafereel





Wat prachtig toch, een luchtballet van twee jonge merelhanen die strijden om een eigen broedplek.
Amper van de vorige lente uit hun ei proberen ze nu al elk een overlappend deel van mijn tuin in te palmen. De twistappel schijnt ergens tussen de kerselaar en de vijver te liggen want daar is wellicht het meeste voedsel te vinden.

Toen deze morgen, de ene daar een regenworm uit de grond aan het lostrekken was, dook de ander erop af om 'm het merelmaal afhandig te maken of het op zijn minst samen op te peuzelen. Maar daar kwam niets van in. De eerste had veel meer zin in een krijgsdans om het karige voedsel dat hij zopas in het zweet des aanschijns bijna aan de aarde had ontrukt, met man en macht te verdedigen, dan het te delen.

Door het zachte lenteweer lijkt mijn tuin net een opgewonden muziekdoos. Terwijl in de top van de lijsterbes een vink zijn hoogste liedje aanheft, geeft een mezenmannetje in een helder en ritmisch herhaalde "turiet-turiet-turiet" de cadans aan. 

Hem hoorde ik deze morgen zo rond zeven uur al bezig in het nestkastje tegen de gevelmuur met de inrichting van zijn woonst. 
Hij achtte het daarbij nodig om, met een bijzonder geslaagde elektrische-wekker-imitatie (en jongens, wat heb ik een hekel aan dat soort wekkers), voortdurend aan z'n liefje te laten weten waarmee hij bezig was, zodat zij, ondertussen ergens in de omgeving op koopjesjacht naar nestmateriaal, dat ook zou doen. 
Een behoorlijk achterdochtig typetje dus, beslist niets voor mij ... Maar zij denkt daar duidelijk anders over want, wanneer je nauwkeurig luistert hoor je op zijn opdringerige "turiet", ergens in de verte telkens een zachte echo weerklinken als antwoord. 

En meneer "Spaghetti", die had dus geluk dit keer. Hij kon stilletjes op zichzelf terugplooiend, de aarde weer inglijden en zijn wonden gaan likken alvorens aan voortplanten te denken... 
Als de merel hem daarbij tenminste niet al geholpen had en hij zich ondertussen in tweeën vrolijk maakte over de beide kemphanen, want dàt kon ik vanuit mijn schuilplaats niet waarnemen zonder daarbij de dansers te verjagen die ondertussen aan hun paso doble waren begonnen.

Borst vooruit, kop omhoog en fier als een gieter draaiden ze om elkaar heen.
Soms samen opgaand dan weer  de ene boven de andere fladderend, om synchroon terug het gras op te dwarrelen en met geopende vleugels en de staart schuin opstaand opnieuw een rondedansje te maken en als door een wervelwind gegrepen spiraalsgewijs de lucht in te draaien, zwart en glanzend in het ochtendlicht. Tot één van beiden het uiteindelijk door had dat het ontbijt waarvoor gedanst werd er was vanonder gemuisd. Plots loonde al dat gefladder  de moeite niet meer en vloog de belager met veel heisa de tuin uit zodat ook het "geturiet" van de mezeman compleet van zijn melk, enkele seconden stilviel. Maar net zo gauw hernam hij het weer in de hoop dat vrouwlief weldra zou arriveren met het verzamelde nestmateriaal... Het leven dringt hier. Je merkt het aan alles, dat het eerste ei zó moet worden gelegd.

Op het dak koeren verliefde Turkse tortels en in de robinia overlegt, na een grondige inspectie, de ekster met zichzelf of ze takken uit het nest van vorig jaar zal recycleren, of het hele nest weer zal restaureren om het te recupereren. Ze raakt er niet uit en vliegt tenslotte krijsend weg.

"Maar alvorens aan jongen te beginnen" denkt de merel, "toch maar eerst een frisse douche nemen, want welke zichzelf respecterende merel-chick, wil er nu een bezwete merelhaan als man?" En hij is vastbesloten de mooiste Miss Merel tot zijn vrouw te maken, dat zie je 'm zó aan, al moest hij er z'n eigen broer dansend bij uit de weg ruimen...















dinsdag 5 maart 2013

Leven achter de dijk



Soms verlangt een mens er naar  alleen te zijn om tot zichzelf te kunnen komen. Buiten ... en toch weg van iedereen. Maar waar vind je in Vlaanderen zo'n plek waar je nog onbezorgd een dansje kan doen, zonder bekeken of bekritiseerd te worden? 
Het is haast niet te geloven, maar oh ja, ze bestaat nog echt! Ik heb er enkele dagen geleden meer dan twee uur rond gehangen zonder een levende ziel te ontmoeten. Een droomplek, in mijn eigen woon- en geboorteplaats bovendien!   Maar blijkbaar niet meer voor lang  ...



Dit verhaal vangt aan, enkele jaren geleden ...
Het was een prachtige voorjaarsochtend, half negen, moet het zijn geweest toen ik op de fiets sprong en de richting van de rivier op reed. Alles lag er rustig bij.
Op de dijk liepen een handjevol wandelaars, en heel af en toe reed een fietser mij tegemoet.
Alles was stil. Zelfs de vogeltjes keken sprakeloos toe hoe de lentezon haar stralen rond strooide over de dijken. Een zacht briesje streek me door het haar. Op de plaats waar de jonkvrouw over de wateren waakt, zaten twee mensen op een bank zachtjes te keuvelen in het prille morgenlicht.
Aanvankelijk reed ik voorbij maar toen hoorde ik gefluister komend uit het dieper gelegen bos: “Kom bij ons…kom… we hebben iets te vertellen…”
Ik keerde mijn fiets, reed de dijk af naar beneden en werd teruggeworpen in de tijd. Ik was terecht gekomen in het sprookjesbos van mijn jeugd.
Op de grond lag een dik tapijt van dode bladeren en in de lucht vermengde zich de zoete geur ervan met die van het ontluikende groen.
Doorheen de kruinen van de bomen knipoogde de zon. “Speel maar! dans! Wees zorgeloos en blij als een kind, nu het nog kan. Geen mens die je hier ziet!” Meende ik een stem te horen verkondigen. Ik stalde mijn fiets tegen een oude eik, zocht de omgeving af naar spiedende ogen of toevallige voorbijgangers, maar er was werkelijk niemand te bespeuren. Ik was helemaal alleen met de bomen en de vogels en hier en daar een insect dat voorbij zoemde. Het was heerlijk, eerst een beetje schroomvallig zette ik enkele danspasjes, maar algauw vergat ik de mensen, mijn leeftijd, alle regels van de samenleving en werd één met de wereld rondom mij, één met het moment en voelde me helemaal bevrijd.


Er waren vóór mij nog mensen (kinderen? )  in dit sprookjesbos geweest, want niet ver van de open plek waar ik stond, was met takken een kampplaats opgetrokken. Ik vond er een zwaard waarmee ik een  vurig  schijngevecht leverde tegen een denkbeeldige vijand en ving onverwacht  een vage flard van een zinnetje op :”….dappere Silvie kunnen zijn?” Ik keek om me heen, maar zag niemand. Het leek wel uit de kruinen te komen.
Wat was er aan de hand? Beeldde ik het me in of gingen de bomen hier gebukt onder een groot geheim? ... Maar, dan zou ik dat toch wel eens even gauw ontrafelen ... "Silvie, hmm ... even denken..."
Ik sloot mijn ogen en herinnerde me weer hoe we hier op een koude en mistige decemberavond bij volle maan arriveerden om een spooktocht te maken, samen met ons zoontje en nog vier andere kinderen uit zijn klas. Hoe we in het donker bij het licht van de volle maan, met een paar zaklantaarns doorheen de mistflarden trachtten te priemen, terwijl we in de verte een kerkklok zeven uur hoorden slaan. Hoe er gespannen blikken werden uitgewisseld, toen er even later uit het niets een metalen gebrul klonk en wij als volwassenen, best wetend waar dit geluid vandaan kwam, meegingen in de kinderfantasie en er nog een schepje bovenop deden door te suggereren, dat er misschien wel een wolf in het bos ronddwaalde.
Hoe diezelfde ukkies plots transformeerden in dappere krijgers, met bange hartjes gemaskeerd achter een veel te grote mond, die de wolf wel eens een kopje kleiner zouden maken.
Was er in dat groepje toen een Silvie bij? Ik kon het me niet precies meer herinneren, maar ik dacht van niet.
OF…
Misschien was dit iets van nog veel verder terug in de tijd?
Ik ging tussen de rulle bladeren op de grond zitten om nog beter naar het fluisteren van de bomen te kunnen luisteren.
Misschien droeg het zachte briesje stemmen uit een veel verder verleden met zich mee. Of was het toch maar wat geritsel van de bladeren rondom mij en ging mijn verbeelding enkel met me op de loop?
Geen mens te zien en toch zoveel leven en geluid in dit bos. Woorden die niemand uitsprak, die zomaar tussen de jonge twijgen leken op te stijgen, opgezogen door de zonnestralen vanuit de vochtige bosgrond. Takken die kraakten. Stammen die kreunden onder een loodzware last. En  opeens weer een zijdezachte stem die “we gaan sterven ...” scheen te murmelen.


“Doen we dat vroeg of laat niet allemaal?” Vroeg ik me luidop af. "Ja, maar dit is anders…" hoorde ik, iets duidelijker nu. "Het is onze tijd nog niet. Silvius  moet ons vinden voor het te laat is. Hij moet de reus overwinnen!” “Èh?!?”
De stemmen verstrikten in elkaar en scheurden als spinrag aan flarden. “…Reus op komst…” “…zevenmijlslaarzen precies hier in ons sprookjesbos…” “…tol eisen…” “…de stroom buiten zijn oevers…” “…stammen knakken…” “…verdronken land…” “…teveel water, zullen sterven…” en weer: “Waar blijft  Silvius Brabo toch?” “Zal de reus verslagen worden?”
En plots begon het me te dagen, zag ik de link tussen de zwarte vlaggen langs de weg hierheen en het gefluister van dit Sprookjesbos.
Hier was dus de plaats waarvan men voor die Lobbes (lees lobby) uit Antwerpen genaamd “de Haven” overstromingsgebied wou maken.
Opeens begreep ik wat er echt op het spel stond : “Deze groene long moest verdwijnen om plaats te maken voor zogenaamde "wetlands" - een 'overtuigend' want Engelstalig eufemisme voor modderpoelen en ondergelopen open weiden en vlaktes.
Een aantal buurtbewoners  vertelden me destijds al over een dijk van acht meter in hun tuin om een overstromingsgebied af te bakenen en iets over 'natte voeten', maar toen dacht ik dat het om braakliggende terreinen ging die zouden onteigend worden om er "schorren" en "slikken" van te maken en niet, dat ook een waardevol gemengd loofbos met prachtige jonge bomen, waarin zoveel verschillende soorten vogels nestelden, eraan moest geloven om de haven in Antwerpen nog verder te kunnen uitbreiden en de stedelingen van overstroming te vrijwaren. Wie biedt de garantie dat het daarbij blijft? Landbouwers wiens grond werd onteigend, lieten toen even een zwakke proteststem horen ... maar die is  een hele poos geleden alweer weggestorven. Zij stonden geïsoleerd in hun strijd. En de mensen achter de dijk zijn gewoon om te buigen. Liever dàt, dan te breken, vinden ze. Maar ook aan dat doorbuigen komt vroeg of laat een eind, en zij die het niet gewillig doen, om met geboden kansen nieuwe mogelijkheden te exploreren, veren vroeg of laat weer rechtop met de gebalde kracht waarmee zij werden gebogen... Zo is de natuur werkzaam in de mensen van hier.

Anno 2013... De reus is ondertussen druk in de weer, hij is sterk, hij is krijgshaftig, hij is gewiekst en zijn vazallen zijn vaak nog gewiekster, zijn strijdplan wordt met mooie woorden uiteengezet, de bittere pil met een ecologisch verantwoord jasje verguld, terwijl zijn onstilbare honger naar nog meer geld en macht  achter dit klatergouden blazoen handig wordt verdoezeld. Wanneer je in het bos je adem inhoudt weerklinken zijn dreunende voetstappen. Overal gaan machtige bomen tegen de vlakte, wordt de grond omgewoeld en ravage aangericht.

Tot overmaat van ramp, doet ondertussen een nieuw gerucht de ronde, dat hij (letterlijk dan) weer tol wil gaan eisen!
Steeds schaamtelozer en hebzuchtiger wordend, heeft 'de kolos' klaarblijkelijk vers geld geroken en het plan opgevat om de mensen, die naar de overkant van de stroom of één van de bijrivieren willen, weldra voor de overtocht met de veerboot te laten betalen. De veermannen langs de Durme-, en Scheldeboorden met wie ik sprak, zien het met lede ogen aan. Dit hoort niet, vinden zij. Decennialang was dit een dienst aan de gemeenschap. Maar wie heeft oren naar wat zij te vertellen hebben?

Wellicht is die reus ginds in zijn vesting vergeten hoe Antwerpen ooit aan zijn naam is gekomen? Maar "Brabo's erven" geenszins.  Die zoeken enkel nog de geschiktste bijlen bij elkaar en maken zich in alle stilte klaar om op het juiste moment tot actie over te gaan.
Wee de reus die zich oppermachtig waant en denkt dat hij straffeloos kan blijven graaien...

(wordt waarschijnlijk nog vervolgd)



- DagEnDauw -