dinsdag 15 april 2014

Het gewicht van bergen


Iets opbouwen vraagt om een inspanning, energie, dat valt moeilijk te ontkennen. In de natuur gaat dit gepaard met geweld. Er staat geen moraal tussen opbouwen en afbreken. Het gebeurt gewoon. Bij de mens echter, gaat dit voortdurend samen met keuzes maken.

Afbreken gaat makkelijker, sneller, schijnbaar moeiteloos en doorgaans zonder al teveel nadenken. Vandaar dat het ook zo leuk is om dingen af te breken. We doen het allemaal, van kindsbeen af en kunnen er intens van genieten. Het is de natuur die ons beweegt. Alvorens iets kan worden opgebouwd dient doorgaans iets anders afgebroken te worden. Het moment vóór de afbraak stemt ons verwachtingsvol, maar ook angstig. Welk van de twee de overhand krijgt, zal maken dat de afbraak plaats vindt en of er vervolgens ook weer zal opgebouwd worden. Er zijn immers geen leegtes in het universum die wachten op invulling. Dat is slechts een illusie die de mens graag voor zichzelf creëert.
Neem bijvoorbeeld het witte doek van een schilder, ook dàt is geen leegte. Het is maagdelijk wit, jawel, maar niet leeg. Alles wat erop komt, breekt dat egale witte vlak. Schilderen is in essentie een ontmaagding. Iets wordt vernietigd en er komt wat anders voor in de plaats. Je weet nooit wat daarvan de gevolgen zullen zijn. 

Verwachting en angst dus. Het ene stuwt verder, het andere remt af, zet aan tot nadenken wat het doen en de vreugde ervan wel eens in de weg staat, want met het denken en vanuit de twijfel ontstaat ook de moraal. Hoe verfijnder datgene wat wordt opgebouwd, des te behoedzamer de bouwer wordt.
Onnadenkendheid gaat immers ten koste van de levensvatbaarheid en duurzaamheid van zijn project en bewust of onbewust is opbouwen een streven naar onsterfelijkheid, een vechten met de tijd op leven en dood. Een tevergeefse en ongelijke strijd nochtans, gezien de mens onmogelijk kan winnen.

En dat is wellicht het grote verschil tussen natuur en cultuur; de natuur als geheel is willoos en intrinsiek aan zijn eigen wetten onderworpen. (Eigenlijk had ik de neiging te schrijven: "de natuur onderwerpt zich aan zijn eigen wetten" maar de natuur heeft niet de ambitie zoals de mens om boven zichzelf uit te stijgen ze is allesomvattend en in die hoedanigheid niet bij machte naar wat dan ook te streven.) En hoe graag we ook het tegendeel geloven, de mens ontsnapt nièt aan die natuurwetten, we staan er nièt boven; zijn en zullen altijd slechts een deeltje van die natuur blijven. En daar bepaalt de tijd de duurzaamheid. Het leven is voortdurende beweging en verandering. Opbouw en afbraak. En zo lang er beweging is wint de tijd ... maar is er ook leven.

Want scheppen beperkt zich niet tot het ontlokken van leven aan de dood dat op zijn beurt streeft naar vervolmaking, maar zet zich contradictorisch genoeg ook voort in de vernietiging van volmaaktheid aangezien deze een stilstand impliceert ... Kort samengevat heet dat "de cirkel van het leven", die de mensheid volgens mij nooit bij machte zal zijn te doorbreken zonder daarbij ook zichzelf te vernietigen ...


(Enkele bedenkingen bij dit poëtische natuurfilmpje van Studiocanoe dat ik gisteren op Vimeo ontdekte)











vrijdag 4 april 2014

Eindelijk













Na een twijfelachtige winter en vroeger dan afgesproken,
zijn ze uit de aarde opgedoken ...


Hier een geheugensteuntje,
daar het eindresultaat.











Foto : Dit snoezige langs de waterkant geplukte lenteboeketje kreeg ik afgelopen zondag met carnaval ten geschenke van mijn lief. Fleurig niet? 






vrijdag 28 maart 2014

Brief aan mijn buren

Tusseninland, 27 maart 2014




Beste buur,



Ik ben Dauw van hier wat verderop en zit al enige tijd met een vraag die ik je graag zou willen stellen, maar waar ik tot nu toe het lef nog niet voor verzameld had. Dit is ze : Krijg jij ook spontaan oprispingen wanneer je hier in de straat zwerfvuil ziet liggen of wanneer het “toevallig” in uw voortuintje belandt? Ja? Wel, ik ken dat.
Telkens ik naar mijn ouders fiets passeer ik plekjes waar het zich lijkt te verzamelen. Dan kom ik daar geërgerd toe, begin een zaag te spannen en verveel er bijgevolg mijn Pa en Ma ook nog eens mee. 

Tot eergisteren, want toen besloot ik resoluut om dat niet meer te doen, die mensen verdienen beter. En ook wij, de bewoners van deze laan, verdienen beter. Niemand leeft graag op een vuilnisbelt, volgens mij. (Oké, zo ver is het nog lang niet, maar we gaan het toch ook niet zo ver laten komen, mag ik hopen). 

Ik broeide dus het volgende idee uit. Toegegeven, toen ik het mijn ouders eergisteren voorlegde, vond moeder het ietwat kierewiet maar, ’t zijn  degenen die zich niets  aantrekken van wat anderen over hen denken, die de wereld een beetje veranderen, heb ik haar geantwoord. Mijn lief en m’n zoon daarentegen vonden het een strak plan. En omdat het ook waar is dat je de wereld maar kan veranderen wanneer je zelf begint, trok ik gisterenavond, de dag voor de ophaalronde,  mijn stoute schoenen aan en toog op pad (een beetje verdoken in de avondschemering, dat wel, want zo graag word ik toch ook weer niet als “kierewiet” bestempeld) en verzamelde het zwerfvuil dat aan de straatkanten lag, in een grote plastic zak die ik had meegenomen en naderhand thuis in de vuilniszak deponeerde. Vandaag, voor de middag, was het hele zootje al in de buik van de vuilniskar verdwenen.


Heb je al opgemerkt hoe proper ze er vandaag bijligt, onze laan? Dat heb ik gedaan, ik ben er wel een klein beetje fier op. En ja, ik had daar een vuilniszak voor over als op die manier mijn omgeving aangenamer wordt om naar te kijken, want ikzelf word daar namelijk ook opgeruimd en vrolijk van.
Ik zie het zo : de straat waarin we wonen, dat zijn wij zelf; onze gemeente da’s ieder van ons. Neem de bewoners weg en het bestuur heeft niets meer om te besturen ...  ’t Is toch waar? Kunnen we er dan niet beter iets gezellig van maken i.p.v. ons te ergeren en te zagen en alsmaar te wachten tot de gemeentediensten de rommel komen opruimen?  Eerlijk gezegd, één straat opruimen, zoveel werk was dat eigenlijk niet, en het zou al helemaal niets meer betekenen als ieder van ons een handje toestak. Zelfs de hoeveelheid vuil viel mee en de smoezelige handen die ik aan mijn avondwandeling overhield waren met wassen zó weer proper. Ik moest enkel mijn trots eventjes opzij zetten, da’s alles.

Die ergernissen daarentegen plaagden me al vééééél te lang, zijn veel kwalijker voor mijn gezondheid en niet zomaar weg te krijgen met wat water en zeep. Dus onder het motto : “Geef zwerfvuil onderdak in de vuilniszak” heb ik die er dan ook maar meteen bij gesmeten ...  Opgeruimd staat netjes. En zo zou ik het ook graag willen houden.

En dan nu  "mijn advies" : Laat niemand je tegenhouden, wanneer je de behoefte voelt om in de toekomst te doen zoals ik en je buurt op te ruimen wanneer er weer eens een zak zijn vuil verloren is in de goot, je voortuin of het voetpad voor je huis.
Want zeg nu zelf, vind jij het niet fijn, wanneer de straat waarin we wonen altijd netjes zou zijn?




Een hartelijke groet van een opgeruimde Dauw








vrijdag 14 maart 2014

Voorwaar, haast voorjaar ...









Een zachte zucht lente in de lucht,
aan een bijna wolkeloze hemel ...
Enkele dwarsliggers niet meegeteld
die uitwaaierende heliumlijnen trekken
van noord naar zuidelijker oorden.


Klinkklare onzin in
klankkleurige deci-bellen
uit lekker bekkend gevogelte
dat een extra toontje hoger zingt.
Zinderende knoppen
barstensbol staand van
bonte verwachtingen.


Jaja ze hangt er al, als een
glinsterende dauwdruppel
aan de wasdraad, die
nog net niet loslaat
om in de volle aarde
haar sprankelende hoop
te verspreiden.




- DagEnDauw -