Posts tonen met het label Winter. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Winter. Alle posts tonen

woensdag 13 januari 2016

Na een jaar, terug ...






LENTE
grafiet op papier
32/24 cm







Het virulente voorjaar
stond trappelend voor ons klaar
maar vader, de vorst, met ijzige schaar
kortwiekte d'r mooie blonde haar 


- DagEnDauw *




Hier kan u de tekening in kleur bekijken







maandag 29 december 2014

Helemaal in de ban van koning Winter



We hebben er al een klein voorproefje van gehad de voorbije dagen. Een eerste "winterprik" zoals dat heet. En als toemaatje serveerden de weergoden ons een zondag zoals ik me iedere winterdag zou wensen; een stralende zon aan een staalblauw hemelgewelf, knisperende sneeuw, krakend ijs met temperaturen die een blos op de wangen toveren en je longen tot in de puntjes een poetsbeurt geven. 
Geen moment heb ik geaarzeld om laarzen aan te trekken en in m'n winterjas te duiken, de koude in en mijn neus achterna, want die loopt als de beste bij dit weer.

En kijk wat ik van mijn wandeling voor jullie mee terug bracht om hier op mijn blogvloertje uit te spreiden : een 100% warmtebestendig, poederzacht en kamerbreed sneeuwtapijt om nog even op weg te dromen. Mag ik je bij de hand nemen? Of dwarrel je liever samen met de sneeuwvlokjes, m'n witte wereld in?


Wat je ook beslist, m'n Winterwonderland is maar één muisklik meer verwijderd.






En nu maar hopen dat er nog zo'n zonovergoten vriesdagen volgen de komende weken.
Hier zijn we er alvast klaar voor!









Ik wens jou en je geliefden alle goeds toe voor 2015! 









donderdag 9 januari 2014

Kanttekening




Bezoek ook even mijn muziekblog voor een passend muziekje en dat ietsje extra voor 2014...






Je deint
in het licht van een winterse morgen,
de voeten vastgespeld op een kussen van zand.
Vlugge vingers
slaan en wringen.
Ik de klos, maakte jou van kant.
Zonder één mens die je schoonheid zal bezingen.
Is dat een teken aan de wand?


- DagEnDauw -


(Verzuchting geschreven uit de losse pols, naar aanleiding van het steeds weer fout lopen van mijn publicaties op de OBA voorpagina.)




woensdag 30 januari 2013

Mijn huis lijkt wel een duikboot




Wolken en woorden waaien weg  met de wind of worden webben waarin wij verwarren ...






Eind januari
en de kou zit alweer binnen.
Buiten is het grijs en nat.

Wou de lente nu maar beginnen
die uit wortels zich een weg
naar nieuwe twijgen kladt.

Allicht zit zij nog verf te mengen,
of zoekt naar een idee dat ze
niet vinden kan.

De sneeuw is weg
het regent nu al dagen,
is dít de era van "de Waterman"?





Geschilderd en geschreven door Dauw





  




vrijdag 18 januari 2013

Gedichte winterwandeling








Tijdens een avondwandeling in de eerste sneeuw eind vorig jaar, vond ik langs de weg deze bladzijde uit één of ander romannetje. Wat erop te lezen stond was niet meteen hoogstaande literatuur, maar het vergeelde papier charmeerde me, zodat ik het meenam met de bedoeling er later nog iets mee te doen. Enkele dagen voordien had ik namelijk op het web een dichtvorm ontdekt, waarvan me momenteel de naam ontgaat, maar waarbij middels doorhalingen in een gedrukte tekst, met de resterende woorden een gedicht tevoorschijn wordt getoverd. En dat zou ik ook gaan proberen.  
Tot vandaag hing dat blaadje geduldig te wachten aan mijn prikbord. Maar kijk, deze morgen kwam de inspiratie en viel plots alles als een puzzel vanzelf in elkaar.
Het perkamentkleurige velletje werd de stille getuige van mijn avondwandeling in die eerste sneeuw. Opeens zag ik hoe de woorden van een vader tot zijn zoon, als witte vlokken over het verweerde oppervlak dwarrelden en schiep er vervolgens met alcoholstift mijn eigen avondschemering rond. 

Zo eindigt dan een banaal verhaal
in gerecycleerd leesplezier.
Wandelt u in mijn voetsporen mee over het papier?  








"Hoe vroeg,
die koude.
Het kan niet
op de tijdspiraal.
"
Zacht klonk de stem
van mijn vader. 

"Zoon, wat
moet dit
allemaal?
"




dinsdag 25 december 2012

‘Winterblues’



























Er ligt een donker wolkendeken rondom mijn wereldje. De dag raakt ‘s morgens, zelfs al is het negen uur, amper mijn doorgaans lichte huiskamer binnen. Het blijft schemeren… 
Regendruppels rollen als dikke tranen over de glazen ogen van mijn huis. De weemoed van druilerige winterdagen sluipt als een geniepig beest rond en gluurt door vensters en spleten naar binnen, klaar om aan te vallen. Maar ik laat het niet toe. Niet nu. Er staat een krijger aan mijn zij die het monster helpt verjagen. 

Dapper en beheerst hanteert hij de wapens: woorden die de ene keer als bliksemschichten vlijmscherp en gericht de vijand op de loop doen slaan, een andere keer zacht en teder als balsem voor de wonden die in mij werden geslagen, of meeslepend in een roes, als warme wijn, verweven in spannende verhalen. 

Het is alweer december, de maand waarin de tijd knabbelend aan een etmaal, de uren zonlicht verdonkeremaant tot er nog nauwelijks kraaltjes van overblijven na iedere bijna eindeloze nacht; de gure wind in zijn ijver, luidkeels hijgend, overzeese wolkenkuddes aansleept ze in stukken rijt en ze als watergeesten of ijsnevels door bossen en velden jaagt om ze vervolgens te versnipperen tot droppels ijswater, kristallen balletjes of witte wollen vlokjes. 
Lange nachten … korte dagen …

Toch laat ik dit jaareinde geen muizenissen toe. 
Des ochtends na het ontbijt, nestel ik me gewapend met potlood of pen, én papier aan de eettafel en vermaak met geschrijf en andere lijnen mijn ‘winterbloes’ tot een kleurrijk lappendeken, dwaal door het huis gewapend met een fototoestel op zoek naar flitsende plaatjes, ga met olieverf en een blanco geest mijn canvas te lijf of regel keurig mijn administratieve zaken. 

Des middags na een homp brood en een kop hete soep, stem ik mijn cello op de tonen van de wind en strijk vervolgens de kreukels in zijn stembanden glad. Of rikketik met de regen mee, ritmes op het computerklavier. Knap samen met de kabouters nog vlug wat vergeten klusjes op in mijn tuin of doe boodschappen worstelend met de slagregen en de westenwind. 
Geen tijd verzaken, bezig blijven luidt het advies. Wat me vroeger terneer drukte wordt opeens, muziek, kleur, verhaal of een spel. Herfst noch winter kunnen me langer deren, alles is plots goed en wel. 

En ‘s avonds en ‘s avonds en ‘s avonds is het nóg beter. De duisternis brengt gezelligheid wanneer ik kaarsjes aansteek. Ik nestel me in een wollen deken achter een kop warme melk met honing en neem een boek ter hand. De krijger in mijn hoofd en hart, nu zittend op de bank, jaagt zwarte gedachten weg en geeft zelfs aan de treurigste jaargetijden iets kleurrijk en apart! 




Dierbare bezoeker, 

Ik wens u sprankelende eindejaarsfeesten en een gezond, voorspoedig, succesvol, kreatief en zorgeloos 2013.

- Dauw -










donderdag 20 december 2012

Vrolijk 'Kers'feest

° O °


Overal ter wereld zijn er schattenjagers die verlangend zoeken naar die ene zwarte parel, maar het meisje wist wel beter...





De kerselaar strekt haar naakte takken uit. En slaakt een diepe zucht.
Het werk zit erop voor dit jaar.
In maart toen zij wakker werd uit haar winterslaap hadden de lentekriebels haar zodanig zwaar te pakken gekregen dat zij amper een maand later overladen met tedere witte bloemetjes de hele tuin in een feestroes bracht waar ze zelfs nu nog van nagenoot.
Alle bijen uit de wijde omgeving waren komen meevieren, en de zon had zo z’n best gedaan tijdens de wittebroodsweken, dat in juni de vruchten niet te overzien waren.
Gezweet en gezwoegd had zij vervolgens, om haar kroost dik en rond te krijgen. Geen moeite was haar teveel.
Zelfs tijdens de warmste middaguren hield ze standvastig ieder blad gespreid.
Zij kende rust noch duur en kon er dan ook trots op zijn; haar kinderen hoefden niets te ontberen, ze kregen alles wat ze maar wensten;
Voldoende licht, warmte, malse regen, het sussende gefluister van de wind kortom, alles wat hen tot wasdom bracht.
Ze had het slim gespeeld. Elke schat had zij zorgvuldig beschermd onder een toefje bladeren.
Glurende rovers zagen niet welke schoonheden ze allemaal onder haar lover verborgen hield.
Alleen aan het meisje, dat tijdens haar dagelijkse dwaaltochten door de tuin kwam kijken of alles naar wens verliep, toonde zij haar schatten. Het deed haar goed, het kind te zien lachen toen ze naar haar prachtige bladerdek keek en al die glanzende juwelen zag hangen.
En zo gebeurde het dat, toen haar blozende lievelingen groot en rond genoeg waren en de tijd was aangebroken om los te laten, zij haar tuinprinses, wie het niet was ontgaan hoeveel zorg en energie ze wel besteedde aan hen, verzocht haar daarbij te helpen.
Overal ter wereld zijn er schattenjagers die verlangend zoeken naar die ene zwarte parel, maar het meisje wist wel beter;
Zij hoefde helemaal niet op zoek te gaan. Ieder jaar in juli werden ze haar zomaar door die prachtige kerselaar rijkelijk in de schoot geworpen.
Het enige wat ze daarvoor hoefde te doen was dagelijks met een mand aandraven om de boom van haar zware taak te kwijten.





De kersenkinderen doken van hun schuilplaats recht die mand in, en voeren met haar weg, naar andere oorden. Geen mens die er stil bij staat hoe die kersenpitjes zich in heel de wijde omtrek en ver daarbuiten verspreidden.
Sommigen wilden blijven, maar het leven beslist daar anders over.
Vedervrienden van de tuinprinses, die hen uiteindelijk dan toch hadden ontdekt, kennen geen mededogen, rukten hen los uit moeders’ armen en namen hen mee naar het nest, of lieten hen bloedend achter op de aarde, waar de insecten zich tegoed deden aan het zoete sap.
Hun blanke pit door de aarde beschermend toegedekt en beweend door de hemel, zou door het zonlicht worden gekoesterd tot een jonge twijg.

Uiteindelijk had de kerselaar finaal afscheid genomen van de nog resterende nestblijvers.
Een zwerm spiekelspreeuwen was neergestreken aan haar voeten en tussen haar takken, zodat, binnen het halve uur, haar laatste kroost voorgoed was verdwenen.
Waarschijnlijk meegenomen op een vlucht naar vruchtbaarder grond, zo mijmerde ze.
Neen, dit betekende nog lang het einde niet…
Haar takken waren weer licht en voelden opnieuw veerkrachtig aan. Een last viel van haar af. Gedaan met zorgen. Ieder van haar kinderen had nu wellicht zijn eigen plekje al lang gevonden. Zij zullen wortelen en sterke zwarte parelbomen worden net als zij.

De tijd van hard labeur zat er op, nog even nagenieten van de herfstrust.
Weldra kon ze zorgeloos slapen gaan,om daarna met nieuwe moed opnieuw te beginnen.

Het meisje had aan het eind van de zomer kleurige lantaarns in de armen van de kerselaar gehangen en kaarsen aan haar voeten gezet. Samen vierden ze de oogst van het voorbije jaar en vergaten de moeite die het hen had gekost. Er was weer even leven in de tuin, net als op het huwelijksfeest in de lente. Woordeloos begrepen die twee elkaar en wisten stilzwijgend; vandaag eindigt weer een seizoen…

De kaarsen bleven staan en hielden de wacht, terwijl na verloop van tijd de kleurige lantaarns scheurden in de oostenwind die met zijn vleugels de koude en sneeuw aandroeg.

Op de vooravond van de wintertijd, is de kerselaar in alle stilte uit haar gouden feestgewaad geglipt en heeft ze haar witte slaapkleed aangetrokken.
Toen is ze zachtjes ingedommeld.
En het meisje, genesteld bij de open haard met haar kersenpittenkussen op schoot, droomt haar droom van wat het komende jaar zal brengen.
Geduldig wachtend tot de nieuwe lente, dankt zij het leven en verzoekt haar, nog vele jaarringen te schenken…
aan de kersenboom en haarzelf…




(Verhaal en fotobewerking : DagEnDauw)



° O °







vrijdag 14 december 2012

Winterzonne


















‘t Is alweer even geleden dat je bent gekomen
om samen met mij weg te dromen
op een elfenbankje langs de wilde stroom,
onder de hoge levensboom.

Volg je mij naar mijn winterwonderland?
Sluit dan je ogen en geef me je hand.
Ik breng je erheen op mijn zwevend sneeuwtapijt.
Voorbij het jachten en jagen doorheen ruimte en tijd.

Voorbij het wensen en verlangen.
Ik heb de kristallen sleutel aan een ketting rond mijn hals gehangen.
Daarmee ontsluiten we de stadspoorten en ijshallen.
De wachters kennen mij, zij zullen ons niet lastig vallen.

Langs manestralen
gaan we dwalen.
Eten uit gouden schalen
en drinken uit heilige gralen.

Ginds komen al uit de hoogste regionen
zij die op de sterren wonen.
Met zachte gezangen
zullen ze ons omhangen.

Hoor je hun lied?
Zij neuriën slechts en spreken niet.
Deze wereld wit en licht
ontvangt je dra bij dag en dauw,
 in een woordeloos gedicht.






- DagEnDauw -