vrijdag 21 november 2014

Droomtijd


... een fantasietje uit onze beider






Jij vertelde fantastische verhalen terwijl ik - als betoverd - doorheen de vervloeiende wolkenhallen aan de horizon, in de verte zat te staren. Ongemerkt sloop de avond op haar tenen binnen en veranderde de blauwe hemel boven onze hoofden in parelmoer, om hem vervolgens te verdonkeremanen tot de dageraad. De nacht verduisterde ook jouw lichte gedachten en boetseerde de paradijselijke ruimte in je woorden om, tot er slechts beklemming overbleef.

Plannen en zwaarden werden gesmeed in het schijnsel van knetterende vlammen die de rotswanden oplichtten en lieten dansen. De grot vulde zich met hoefgetrappel van stoere paarden die opgetuigd werden voor de grote slag. Waar eens bonte kleuren argeloos heersten en broze wezens dwaalden, ontrolden zich nu in de gloed van het pas aangemaakte vuur, strijdtaferelen voor mijn geestesoog.

Het was een onbestemde tijd.
We waren niet van vlees en bloed, maar uit godenstof geweven en keken vanaf ijle hoogte uit onze schuilplaats neer op een nog onbevlekte wereld, die lag te wachten op wat komen zou. Op het slot van ons verhaal paste precies de sleutel van het nieuwe leven.

Met het ochtendgloren werden prille mogelijkheden geboren.
De ster die we des nachts samen aan het uitspansel hadden gepland, schonk me de kleuren om jouw verhalen vorm te geven op die eerste dag. Ik schepte gretig uit haar stralen met mijn beide handen en strooide alle licht het dal in zodat de geschiedenis daar zijn aanvang nam.


Jij zag het en zei me dat het goed was…













woensdag 12 november 2014

Lam Gods


Eentje dat ik al even geleden schreef en publiceerde maar dat best nog actueel bleef dankzij de aan gang zijnde restauratie van bovenvermeld polyptiek ...

























of Meester Van Eyck en de muis


De tijd van Het Boek
is niet voorbij
glansrijk glijdt de muis 
over de kunstuitgave
en maakt zich meester van het werk.

Een schepper delft nooit 't onderspit.
"Van Eyck" is nu
"Van Ick",  grapt hij
en dubbelklikt.
Maar dood krijgt hij hem niet.

Op primitieven heeft de tijd geen vat.
Hun stof verdwijnt onder de mat
en 't Lam Gods blikt virtuoos verrast 
een virtuele toekomst in, denkend :
"Dit is pas het begin."





- DagEnDauw -








maandag 27 oktober 2014

In de huid van een eenzame oude man





Ik slenter
zonder gedachten, nergens heen.
Nergens heen
en toch voel ik met elke pas
een verwijdering
van alles wat ooit was.

Elke voet verder 
is er één
 naar de toekomst.
Alleen ... met de weg die me leidt
van herinnering tot herinnering
een stukje dichter bij de dood.

En ik ga op een pad, 
besprenkeld met helder rood 
- het zonlicht van vandaag -
 voel het heden 
in mijn krampachtig dichtgeknepen hand
langzaam wegglijden
als droge korrels zand.

Mijn hoop, mijn leven,
ze zijn bijna verdwenen
uit mijn leden die zachtjes beven.
 Onzeker, durf ik niet meer beslissen;

zal ik verder gaan,
of toch maar alles weer teruggeven?






- DagEnDauw -








maandag 29 september 2014

Wilde ganzentijd

Rite, mythe, fabel of fantasie?
foto DagEnDauw 






















Het wordt ten stelligste afgeraden om lang tussen tamme ganzen te vertoeven. Eerder nog ben je zelf getemd dan dat je een enkeling wild van hart zou maken. Het zijn vergeefse pogingen.
Daarom vlieg ik ieder jaar de wilde ganzen tegemoet, wanneer de koeien nog hun natte neuzen en zachte uiers in het bedauwde gras duwen; zwalpende onheilsbrengers zich krassend tot de vlucht verzamelen en hun inktzwarte vleugels over gekortwiekte maïsvelden uitslaan terwijl de grote vuurbol, de buikranden van witte nimbuswolken in lichterlaaie zet.

Omdat de herfst me naar binnen tracht te drijven, vlucht ik weg op de wieken van mijn gedachten. Het is niet de duisternis die me schrik aanjaagt, o nee. Ik houd van het donker en de zaligmakende rust. Doe zelfs niets liever dan langs de dijken dwalen rond middernacht. De bijna totale stilte waarin alleen het zacht ruisende water en het ritselen van gewassen wordt doormaasd met het tsjirpen van krekels die zich niet in bedwang kunnen houden, vind ik overweldigend. Wanneer de maan daar overheen een glanzend vernislaagje legt, maakt dat alles mij uitzinnig tevreden met het leven. Een wereld voor mij alleen, geen levende ziel te bespeuren, dat is puur genieten.

Neen, waar ik koude rillingen van krijg is, wat er in die najaarsduisternis besloten ligt; datgene wat de dingen hun kleuren ontvreemd… De onmacht die de bladeren aan de bomen ontrukt, de zon te vroeg over de eindlijn van de dag duwt, de laatste bloemen van alle geur ontdoet, de dagen hun warmte ontneemt en de nachten tot zwarte krochten maakt. De nakende dreiging die de vogels hun vreugdevolle zingen belet en het hunebed spreidt voor de stervende Pan.

Wanneer moerasgeesten, mij ’s morgens vroeg vanuit de wissen wasmand aangrijnzen met hun oude koppen en hier het voorgeborchte van de winter ontsluiten door de hellepoorten van gemis te openen; wanneer het verdriet van een verloren strijd om het eeuwige leven tastbaar wordt, dwingt de tijd me de zon van het Noorden achterna te gaan.
Zó behoed ik, met mijn eigen leven, de vonk diep in mij die in de lente alles weer zal wekken.

Ik hoor de roep, ik ga… en word Dún Fhearghusa’s dwaallicht in een millennialang vergeten verhaal, op zoek naar een toevluchtsoord tegen midwinternacht.





° O °