donderdag 17 oktober 2013

Vandanna Shiva en "De Wet Van Zaden"




















We zijn allemaal leden van de ‘aardefamilie’, een schakeltje  in het web van het leven. Maar nu claimen ondernemingen de rol van schepper. Ze verklaren dat zaad hun ‘uitvinding’ is en dus een gepatenteerde eigendom.
De Wet van de Zaden stelt de vrijheid van zaden centraal, de vrijheid van landbouwers en van burgers, in plaats van de onrechtmatige vrijheid van ondernemingen om de genetische weelde van onze planeet te claimen als hun eigendom en de vrijheden van burgers te criminaliseren. De vrijheid om zaden te bewaren en uit te wisselen is van vitaal belang in een periode die wordt getekend door diverse crisissen (biodiversiteit, water, voedsel, klimaat en economie) die allemaal deel uitmaken van één grote crisis: die van onze ethiek en onze waarden.


Dit document is gebaseerd op de input en discussies tijdens werkgroepen met prominente advocaten, wetenschappers en leden van de Internationale commissie over de toekomst van voedsel en landbouw. De gesprekken vonden plaats bij Navdanya International in februari 2013  in het Italiaanse Firenze. De tekst bevat latere wijzigingen door de werkgroep en zijn samengevoegd in dit document door een redactioneel team bestaande uit:
Vandana Shiva, Research Foundation for Technology, Science and Ecology/Navdanya, Caroline Lockhart, Navdanya International en Ruchi Shroff, Navdanya.

Hier volgt een excerpt. Het integrale document vindt u in het Engels op 


VOORWOORD

Vandana Shiva en de andere auteurs maken een analyse van de huidige situatie en ontwierpen met een groep experten "De Wet van de Zaden", gestoeld op de principes van biodiversiteit, democratie, bescherming van natuurlijke rijkdommen en het welzijn van toekomstige generaties.
Het huidige systeem van voedselproductie kan op lange termijn niet overeind blijven. Op de vraag hoe we de wereld kunnen voeden, biedt enkel kleinschalige landbouw volgens agro-ecologische methodes het antwoord.

Levende wezens maken zichzèlf. Alle levensvormen, waaronder ook planten en zaden zijn  evoluerende, autonome organismen die voor zichzelf instaan. Ze hebben een intrinsieke waarde en status. Nieuwe zaden worden niet uitgevonden door er gewoonweg een gen in te steken. Een toxisch gen zouden we in feite moeten beschouwen als een ‘verontreiniging’, niet als een ‘creatie’. Bovendien moeten ggo-zaden met toxische genen worden gereguleerd in het kader van de biologische veiligheid.

Wanneer zij die aan regels moeten worden onderworpen, zelf de wetten opstellen om de absolute macht en controle over zaden te krijgen, en dus over het leven zelf, en ze tegelijk elke ecologische en maatschappelijke verantwoordelijkheid van zich afschudden, hebben we niet alleen te maken met een voedsel- en landbouwcrisis, maar ook met een crisis van de democratie. Een bedreiging van het leven zelf...

De Wet van de Zaden spruit voort uit onze ecologische en democratische verantwoordelijkheid op lange termijn tegenover onze planeet en haar inwoners. We hopen hiermee een eerste zaadje te planten voor een nieuw paradigma op het vlak van zaad, voedsel en landbouw.
Net zoals het zaad is dit een werk in ontwikkeling.  U mag het aanpassen en in uw eigen context gebruiken. De toekomst ervan ligt in uw handen...

Zaden staan aan het begin van onze voedselketen en liggen aan de basis van onze beschaving. Daarom zou het logisch zijn dat ze democratisch beheerd worden en als gemeenschappelijk bezit worden beschouwd. In de huidige situatie is dat echter niet het geval. De positie van boeren en consumenten wordt ondermijnd en multinationals beheersen ons landbouwmodel, gericht op monoculturen.

De huidige wetgeving heeft dit model alleen maar aangemoedigd, en ook in de nabije toekomst lijkt daar weinig aan te veranderen. Onder het mom van productiviteit en voedselveiligheid wordt een beperkt aantal geregistreerde en gecertificeerde zaden toegelaten, wat nefast is voor de biodiversiteit en de gevoeligheid voor ziektes vergroot. Daardoor blijft de greep van de agro-­business en agrochemische sector op onze voedselproductie groeien. Daarnaast vinden veredeling en zogenaamde ‘veldtesten’ vaak plaats in landbouwkundige onderzoekscentra, onder ‘ideale’ of kunstmatige omstandigheden. Niet op het veld van landbouwers dus, waardoor kenmerken die eigenlijk gunstig voor hen zijn over het hoofd worden gezien.

De geplande zaadwetgeving die de Europese Commissie onlangs heeft goedgekeurd (6 mei 2013), blijft de noodzaak negeren om de diversiteit van onze landbouw te beschermen en te vergroten. Bovendien blijft deze wetgeving de belangen van de wereldwijde zaadsector en de bedrijven boven die van de landbouwers en kwekers stellen.We hopen dat dit document landbouwers en kwekers helpt om politici ertoe aan te zetten om hun rechten als ‘hoeders’ en producenten van het zaad te steunen. En dat het hen helpt om beleidsmakers ervan te overtuigen dat biodiversiteit centraal moet staan in elke zaadwetgeving, als ze de gevaren van de klimaatverandering en de voedselveiligheid willen aanpakken.

We hopen ook dat De Wet van de Zaden de integriteit en onafhankelijkheid van het weten-schappelijke onderzoek zal helpen te garanderen. En dat dit document wordt gebruikt om de biodiversiteit, de rechten van landbouwers en het gemeengoed te bevorderen. Maar net zo goed om de onderzoeken naar de diversiteit, kwaliteit en veerkracht van zaad naar een hoger niveau te tillen. Onderzoeken die oplossingen zoeken voor de ecologische, economische en voedselcrisis binnen de context van de klimaatverandering.

DE WET VAN DE ZADEN

DEEL 1
Behoud van biodiversiteit in de landbouw

Artikel 1
Globale diversiteitsdoelstelling
De wetgeving mag niet in strijd zijn met de globale doelstelling van het behoud en de verrijking van de diversiteit.

Artikel 2
Genetische erosie
De huidige uitholling van plantgenetische rijkdommen voor voedsel en de landbouw (zowel onder soorten, binnen soorten als op het niveau van de variëteiten) moet een halt worden toegeroepen. Er moet actie worden ondernomen om de oorzaken van deze genetische erosie aan te pakken en uiteindelijk weg te werken.

Artikel 3
Plantgenetische rijkdommen als gemeengoed
Plantgenetische rijkdommen voor voedsel en de landbouw moeten worden beschouwd als gemeengoed.

Artikel 4
Onderzoeken naar en inventarissen van plantgenetische rijkdommen voor voedsel en de landbouw
Er moeten onderzoeken worden gedaan naar en inventarissen worden opgesteld van plantgenetische rijkdommen voor voedsel en de landbouw. Hetzelfde geldt voor de bijbehorende relevante informatie en traditionele kennis.

Artikel 5
‘Ex situ’ behoud van plantgenetische rijkdommen
Openbare instellingen moeten genetische rijkdommen voor voedsel en de landbouw in stand houden. Er moet voldoende aandacht gaan naar de correcte documentatie, classificatie, regeneratie en evaluatie.
Deze collecties moeten vrij toegankelijk zijn voor iedereen, op voorwaarde dat er geen intentie is om ze zich toe te eigenen.

Artikel 6
Behoud van plantgenetische rijkdommen op de boerderij
Behoud op de boerderij betekent het behoud van plantgenetische rijkdommen op het veld van de landbouwers; het behoud en gebruik van plantgenetische rijkdommen voor voedsel en de landbouw op de boerderij moet worden aangemoedigd en ondersteund via bijvoorbeeld publiek gefinancierde programma’s.

Artikel 7
‘In situ’ behoud
In situ behoud van wilde gewasverwanten en wilde planten voor de voedselproductie moet worden gepromoot, ook in beschermde gebieden. Dit door bijvoorbeeld de inspanningen van inheemse en lokale gemeenschappen te ondersteunen.

Artikel 8
Geen beperkingen op het gebruik en de productie van plantgenetische rijkdommen door landbouwers.
Niets in de huidige wetgeving kan worden geïnterpreteerd als een beperking van het gebruik en de productie van plantgenetische rijkdommen door landbouwers op hun oorspronkelijke locatie.

DEEL 2
Gewasveredeling en zaadteelt

Artikel 9
Landbouwers als veredelaars
Landbouwers en lokale en kleine kwekers (vooral vrouwen) zijn al gedurende de hele geschiedenis van de landbouw plantenveredelaars en zaadtelers; Landbouwers kweken met het oog op diversiteit, kwaliteit en veerkracht, in plaats van volgens de DUS-criteria;

Artikel 10
Technologie en veredeling
Wetenschappelijke plantenveredeling moet resulteren in een grotere biodiversiteit, een bredere genetische basis bij gecultiveerde gewassen en de bescherming van traditionele variëteiten.

Artikel 11
Onderzoeksprogramma’s
In publieke onderzoeksprogramma’s moet de nadruk onder meer liggen op:
een inzicht krijgen in de kennis van de landbouwers over veredeling; een verbreding van de genetische basis van gewassen en een uitbreiding van de beschikbare genetische diversiteit; de promotie van lokale en lokaal aangepaste gewassen, variëteiten en weinig gebruikte soorten; de versterking van het vermogen om variëteiten te ontwikkelen die goed zijn aangepast aan concrete sociale, economische en ecologische omstandigheden, ook in marginale gebieden; de verbetering en het behoud van plantgenetische rijkdommen door intra- en interspecifieke variatie te maximaliseren ten voordele van de landbouwers, vooral diegenen die hun eigen variëteiten genereren en gebruikenen die volgens ecologische principes de bodem vruchtbaar houden en ziektes, plagen en onkruid bestrijden; de inzameling van kennis en informatie over weinig gebruikte gewassen en wilde verwanten van voedselgewassen.

Artikel 12
Bevordering van agro-ecologische,
participatieve en evolutionaire plantenveredelingsprogramma’s
Publieke plantenveredelingsprogramma’s moeten het milieu en de culturele context respecteren. Daarom moeten ze een beroep doen op agro-ecologische methodes, participatieve onderzoeksmethodes en participatief-evolutionaire veredelingsprogramma’s en er zelfs de voorkeur aan geven. Voor deze Wet van de Zaden worden deze termen als volgt gedefinieerd:
Agro-ecologische methodes1 zijn methodes die de ecologische wetenschap toepassen op het onderzoek naar en het ontwerp en beheer van duurzame agro-ecosystemen. Bij deze methodes worden zo weinig mogelijk agrochemicaliën en energie gebruikt. In de plaats daarvan vertrouwen ze op ecologische interacties en synergieën tussen biologische componenten, zodat mechanismen worden opgewekt die het systeem aanzetten de bodemvruchtbaarheid, productiviteit en gewasbescherming te verhogen; Participatieve plantenveredeling (PPB) verwijst naar een methodologie die landbouwers, wetenschappers, personeel, zaadproducenten, consumenten, verkopers, ngo’s enz. collectief betrekt bij de ontwikkeling van nieuwe gewasvariëteiten, zonder onderscheid op gendervlak; Participatief-evolutionaire veredeling is een methodologie waarbij een gewaspopulatie afkomstig van een hele reeks kruisingen of mengvormen, voor onbepaalde tijd wordt achtergelaten op verschillende locaties, zodat landbouwers voortdurend nieuwe, aangepaste variëteiten kunnen afleiden, evalueren en verder ontwikkelen.  

DEEL 3
Rechten van landbouwers

Artikel 13
Rechten van landbouwers
De rechten van landbouwers om vrij gewassen te kweken en te produceren en zaden te winnen, uit te wisselen, te verdelen of te verkopen moeten volledig worden erkend. Dit in overeenstemming met de vrijheid van handel volgens de nationale en internationale wetgeving, en in het bijzonder met
de Protection of Plant Varieties and Farmers’ Rights Act 2001 in India2;

►  artikel 9 over de rechten van landbouwers in het internationale verdrag over plantgenetische rijkdommen voor voedsel en de landbouw.

De rechten van landbouwers zullen in deze context worden geïnterpreteerd en volledig worden nageleefd en toegepast, zowel op nationaal als op internationaal niveau. De bijdragen van lokale gemeenschappen en de rechten van inheemse landbouwers erkennen, zoals bepaald in artikel 9 van het internationale verdrag, is ook mogelijk via systemen van collectieve eigendom van lokale variëteiten die de bevolking op regionaal en/of lokaal niveau toepast.3

Artikel 14
Recht op uitwisseling
De schenking of uitwisseling van zaden van om het even welke variëteit, of de commercialisering ervan, moet worden gestuurd door de principes van zaadsoevereiniteit.4  Landbouwers, zaadwinners en tuinders kunnen niet langer worden vervolgd of gestraft voor activiteiten rond de uitwisseling van zaden en planten die tot het openbare domein behoren.

Artikel 15
Geen administratieve lasten
Het gebruik van variëteiten en kweekmaterialen die behoren tot het openbare domein vereist geen registratie, kosten, traceerbaarheid, certificering of andere administratieve lasten van private noch publieke operatoren.
De uitdrukking ‘tot het openbare domein behoren’ betekent niet beschermd door om het even welk intellectueel eigendomsrecht.

Artikel 16
Etikettering
Voor zaden en kweekmaterialen die behoren tot het openbare domein en op de markt worden gebracht, volstaat het om de etiketteringsregels te volgen die de landbouwersgemeenschappen zelf hebben opgesteld over de naam, de eenvoudige botanische beschrijving, de kiemeigenschappen en de garantie dat de variëteiten gezond en zuiver zijn. De etiketten moeten duidelijk, waarheidsgetrouw en niet verwarrend zijn. Informele uitwisselingen vallen niet onder de etiketteringsregels.

Artikel 17
Verpakking
Zaden en kweekmaterialen die behoren tot het openbare domein, moeten niet voldoen aan een of andere verpakkingsregel, behalve die over de etikettering.

Artikel 18
Rechten van landbouwers als consumenten
Landbouwers hebben recht op veilig, betrouwbaar, betaalbaar en divers zaad. Bovendien hebben ze het recht om vrij planten uit te wisselen met andere landbouwers of kleine kwekers. Monopolies die landbouwers geen vrije keuze bieden, vormen een inbreuk op de rechten van landbouwers.5 Elke verkoop van zaden door bedrijven valt onder de regels over de biologische veiligheid.

DEEL 4
Intellectuele eigendomsrechten

Artikel 19
Octrooien en traditionele veredeling
Voor alle planten die niet door transgenese worden ontwikkeld via genetische modificatie, vormen veredelingsprocessen ‘essentiële biologische processen voor de productie van planten’. Ze zijn dus niet octrooieerbaar.Producten die afgeleid zijn van traditionele plantenveredeling en alle traditionele plantenveredelingsmethodes zijn niet octrooieerbaar,evenmin als veredelingsmateriaal dat wordt gebruikt voor traditionele plantenveredeling.

Artikel 20
Methode van de volledige inhoud
Bij de vraag of uitvindingen en octrooiaanvragen in aanmerking komen voor uitsluiting onder de bepaling in artikel 20, moet de volledige inhoud van de specificatie van de octrooiaanvraag worden beoordeeld en niet alleen de claims. Technisch noodzakelijke stappen voor en na het proces en/of noodzakelijke producttoepassingen na het proces worden beschouwd als een onderdeel van de inhoud van de specificatie, ook al zijn deze niet expliciet opgenomen in de specificatie en/of de claims van een octrooiaanvraag.

Artikel 21
Onrechtmatige toe-eigening van traditionele kennis en genetische rijkdommen via een octrooi
De opzettelijke onrechtmatige toe-eigening van traditionele kennis en genetische rijkdommen via een octrooi of grove nalatigheid vormen een inbreuk op de openbare orde en moeten worden bestraft met de verwerping en/of herroeping van de octrooiaanvraag.

Artikel 22
Digitale bibliotheken met traditionele kennis en biologische rijkdommen
Digitale bibliotheken met traditionele kennis en biologische rijkdommen moeten worden gepromoot en opgericht in elk land waar deze kennis en rijkdommen zijn ontstaan. Deze digitale bibliotheken moeten publieke instellingen zijn en tot het openbare domein blijven behoren. De inhoud van deze digitale bibliotheken moet wettelijk bindend zijn voor de octrooiautoriteiten van alle landen. Deze autoriteiten moeten ze raadplegen als ze nieuwe uitvindingen beoordelen.

Artikel 23
Verzet tegen octrooiaanvragen door autoriteiten van het land van oorsprong
De autoriteiten die bevoegd zijn voor intellectuele eigendommen in de landen waar traditionele kennis en biologische rijkdommen zijn ontstaan, hebben het recht (ongeacht de rechten van andere rechtspersonen) om, zowel binnen als buiten hun respectieve landen van oorsprong, een gerechtelijke procedure te starten tegen onwettige octrooiaanvragen en onwettig toegekende octrooien op traditionele kennis en biologische rijkdommen.

Artikel 24
Plicht tot vrijgave van de bron van het biologisch materiaal
De bronnen van biologisch materiaal en traditionele kennis moeten uitdrukkelijk worden vermeld in octrooiaanvragen die zijn gebaseerd op of gebruik maken van dit materiaal. Zulke materiaalbronnen opzettelijk verbergen of vervalsen of grove nalatigheid houdt een inbreuk tegen de octrooiwetgeving in. Zo’n inbreuk moet worden bestraft met de volledige verwerping en/of herroeping van de octrooiaanvraag


Dit document overnemen? Doe gerust, graag zelfs!


De werkgroep voor De Wet van de Zaden bestond uit volgende personen:
Marcello Buiatti, professor genetica aan de universiteit van Firenze, voorzitter van het
interuniversitaire centrum voor filosofie en biologie ‘Res Viva’ La Sapienza in Rome, lid van de nationale milieuraad van Rome.Salvatore Ceccarelli, autoriteit en pionier op het vlak van participatieve plantenveredeling, CGIAR, landbouwkundige en gerstteler aan ICARDA
Syrië van 1984 tot 2011, professor emeritus in landbouwgenetica aan de universiteit van Perugia (Italië).
Fritz Dolder, advocaat, gespecialiseerd in octrooirecht sinds 1985, pleiter in vele zaken van EPO biopatenting (waaronder de zaak Neem en twee open zaken over broccoli en tomaten), professor intellectuele eigendom aan de rechtsfaculteit van de universiteit van Basel (Zwitserland).
José T. Esquinas, expert in plantgenetische rijkdommen en voedselveiligheid, ervaren autoriteit in globale discussies over beleidslijnen en ethiek op het vlak van voedsel en landbouw, onderhandelaar bij het internationale verdrag over plantgenetische rijkdommen voor voedsel
en de landbouw.
Maria Grazia Mammuccini, directrice van ARSIA (het agentschap voor landbouw en onderzoek van de regio Toscane) van 1995 tot 2010, lid van de Georgofili Academy, Firenze, vicevoorzitter van Navdanya International (Italië).
Blanche Magarinos-Rey, advocaat, gespecialiseerd in milieu en stadsontwikkeling, advocaat in de zaak Kokopelli.
Giannozzo Pucci, uitgever/redacteur bij The Ecologist (Italië), stichtend lid van ASCI (de Italiaanse landbouwersvereniging ter bescherming van kleine landbouwers en ambachtslui), prominent milieudeskundige en vicevoorzitter van Navdanya International (Italië).
Vandana Shiva, oprichtster van de Research Foundation for Technology, Science and Ecology (India)
en van Navdanya (‘9 zaden’), doctor in de kwantumfysica, prominent milieudeskundige en voorvechtster van de rechten voor landbouwers.





Deze algemeen aanvaarde definitie is gebaseerd op: Altieri, M.A., 1995, Agroecology: The science of sustainable agriculture, tweede editie, Westview Press, Boulder, Colorado

2 Onder deze wet heeft een landbouwer het recht om de opbrengst van zijn velden, waaronder het zaad van een variëteit, te winnen, te gebruiken, opnieuw te zaaien, uit te wisselen, te delen of te verkopen zoals dat het geval was voor deze wet van kracht werd.

3 Zie de regionale wetgeving van Toscane, nr. 64 van 16 november 2004, ‘Bescherming en valorisatie van het erfgoed van lokale soorten en variëteiten van landbouwproducten, vee en bosbouwproducten’. 

Zaadsoevereiniteit in het kader van informele uitwisselingen betekent zelfbestuur door lokale gemeenschappen. Bij de commercialisering betekent zaadsoevereiniteit de erkenning bij wet van de soevereine rechten van landbouwers.

5 Bowman vs. Monsanto – In 2007 daagde Monsanto Vernon Bowman, een landbouwer uit Indiana, voor de rechtbank voor inbreuken op de octrooiwet. Bowman had zaden gewonnen en geplant die genetisch gemodificeerde Roundup Ready Technology van Monsanto bevatten, hoewel hij deze zaden had gekocht als onderdeel van een mix van niet-gedifferentieerde zaden; en OSGATA vs. Monsanto – De zaak Organic Seed Growers & Trade Association et al. vs. Monsanto werd op 29 maart 2011 ingediend bij een rechtbank in Manhattan, NY, in naam van 60 kleine landbouwers, zaadbedrijven en landbouworganisaties. Die vochten de octrooien van Monsanto op genetisch gemodificeerde zaden aan. Met deze belangrijke rechtszaak wilden ze ook juridische bescherming krijgen voor kleine landbouwers die, zonder dat ze er zelf schuld aan hadden, gecontamineerd hadden kunnen worden door gepatenteerde genetisch gemodificeerde zaden van Monsanto en beschuldigd hadden kunnen worden van inbreuken op de octrooiwetgeving (www.osgata.org).










Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Lieve bezoeker,

Krabbel hier maar uw gedacht neer.
Ik kan altijd iets bijleren.

Alvast bedankt en nog een prettige dag gewenst.

- Dauw -